Eefjeschreefje #maybelater

Het einde van 2016 is daar. En 2016 was het einde. Ik trok de stoute schoenen aan en wisselde van baan én carrière, mijn beste vrienden zeiden JA, ik maakte met Hester de meest idiote video verslagen van mooie sportevenementen in Rotterdam én ik had het voorrecht om wéér mijn rugzak om te doen. Eefjeschreefje alleen maybe wat later.

Maybe later? Ja Maybe later! “Eefje waar blijven je verhalen uit Laos en Thailand? Heb je dit jaar geen avonturen beleefd? Was het minder leuk dan vorig jaar?”.. zomaar wat bezorgde vragen van trouwe lezers. Ik kan het mij wel voorstellen.

Het schrijven van mijn verhalen komt voort uit het observeren van mijn omgeving. Soms schrijf ik direct een klein ‘lulverhaal’, sorry een kletsverhaal, soms is het slechts inspiratie en soms bewaar ik het moment gewoon lekker voor mijzelf. Uren kan ik kijken naar een winkeltje tegenover het koffietentje om te zien hoe een bedreven Laotiaan zijn toko draaiende houdt. Uren kan ik op een bankje turen naar een bocht in de rivier om te zien hoe een visser worstelt met de stroming en het binnenhalen van zijn fuiken. Uren kan ik staren naar een speelveldje voor de basisschool waar eerst 1 kindje zichzelf bezighoudt met een voetbal, vervolgens wordt geholpen door zijn lieve klasgenootjes waarna hij uiteindelijk wél de bal in het doel kan schoppen.

Observeren, het fijnste wat er is, zonder dat ik er iemand mee tot last ben. Waar ik vorig jaar direct mijn notitieboekje pakte om mijn verhalen op te schrijven, begin ik nu te tekenen. Ik kan niet tekenen, maar toch ga ik tekenen wat ik op dat moment zie. “Maar Eefje, je kunt toch ook gewoon een foto maken?” Uiteraard, ik kan gewoon een foto maken en weer doorlopen, maar het tekenen en observeren heeft ervoor gezorgd dat ik veel bewuster de momenten beleef. Eefjeschreefje? Dat komt later wel, maybe later.”

Maybe later zijn de meest uitgesproken woorden van Eefje in Azië. Handig in diverse situaties. “You want nice hotelloom miss?, WiFi, blèkfast, no boom boom” – Thanks, maybe later. “You want taxi miss?” – Thanks, maybe later. “You want fluuut miss?” –  Thanks, maybe later. Met een glimlach en respect voor de beste man of vrouw, loop ik door. “You want massage miss?” – Thanks, maybe later. M’n reisgenootjes moeten er altijd wel om lachen en nemen het klakkeloos over. Je zegt immers geen nee best handig. De Aziaten zijn het ook wel gewend natuurlijk, “kijken, kijken, niet kopen”, roepen sommige ervaren verkopers. Voor mij het signaal dat ik niet in een authentieke omgeving ben.

Ik reis naar het noorden van Laos. Te beginnen in Nong Kiauw, een klein slaperig dorpje aan de Nam Ou River. Een dorpje is het nauwelijks te noemen, aangezien het niet meer dan een drie straten telt. Nog voordat je een scheet hebt gelaten, ben je die straat al voorbij. Het regent, en Hollands hard ook! Met bakken komt het uit de hemel, de Nam Ou River wordt wilder en wilder. Het is geen regenseizoen, dus de Laotianen zijn er niet op voorbereid. ’s Morgens nog voordat de haan zijn eerste kraai heeft kunnen produceren en mijn slaapkamergenoten wakker zijn, besluit ik om het viewpoint te beklimmen. Twee uur klauter ik omhoog, niemand achter mij, niemand voor mij, helemaal alleen beklim ik in de mist en door de wolken. Als ik de top bereik, zit er één andere jongen, te tokkelen op zijn ukelele, je weet wel, zo’n gitaar die te heet gewassen is. De wolken waar ik zojuist doorheen ben geworsteld, zeilen nu in een indrukwekkende snelheid langs de top van de berg. Er speelt zich een soort ‘timelapse’ af, maar dan in het echt. Iedere keer als ik mijzelf omdraai, is het schilderachtige landschap veranderd; een andere kleur groen van het rijstveld in de verte, een andere kleur rivier, meer wolken, minder wolken, een bootje op de rivier, een roofvogel zweeft door het dal en de zon prikt langzaam door het wolkendek. Meer heb ik niet nodig. Ik positioneer mijn billen op een grote rots en staar in de verte. Meer heb ik niet nodig, op een honkbalknuppel na, die jongen met zijn ukelele is geen lang leven beschoren als hij niet stopt met het spelen van hetzelfde deuntje.

In het dorp waar de tijd is stil blijven staan, waait de wind zoals hun rokje wappert

Na 2 dagen wandel ik terug naar het busstation, waar rond 9 uur niemand te vinden is, ook al vertrekt de bus om 11 uur. In het dorp waar de tijd is stil blijven staan, waait de wind zoals hun rokje wappert: is de bus niet vol genoeg, dan vertrekken we pas om 16 uur, of om 17 uur. Een aantal kaartspelletjes later, sterke verhalen van de andere wachtenden verder, komt er beweging in het personeel. We gaan vertrekken, máár niet naar het dorpje waar ik naartoe wil: Muang Ngoy. De wegen zijn onbegaanbaar vanwege de regen. Kak! Ik baal als een stekker. Muang Ngoy stond als enige met een fluor oranje stift gemerkt in mijn Lonely Planet. Muang Ngoy is het dorp uit de documentaire die ik in januari zag tijdens het filmfestival in Rotterdam. De docu zette een uitroepteken achter mijn reisplannen: LAOS IT IS! …

De documentaire heet: ‘Banana Pancakes and the children of sticky rice”. Dat ik dit dorpje wilde bezoeken, stond dus vast. Zo vertelde ik ook mijn reisvrienden Philip en Marouschka toen ik nog in Luang Prabang was. Philip begon te gniffelen toen ik hem dat vertelde. “Leuk dat die film je geïnspireerd heeft, ik ben één van de makers, dit jaar ben ik terug om de jongens weer op te zoeken”.

… Helaas pannenkoek met pindakaas! Ik keer dus weer terug naar Luang Prabang. Muang Ngoy bezoeken we ‘maybe later’. De regen stopt niet de volgende dagen, ‘maybe later’. Aangezien ik vakantie heb, besluit ik mijn reis door Laos op een ander moment voort te zetten – ‘maybe later dus’ – en heláás na 9 dagen terug te vliegen naar Thailand. Met mijn gat plof ik op Ko Thao neer, een prachtig eiland in de Thaise golf. In een bungalow voor mijzelf heb ik Eefje-tijd. Ik sla een boek open en weer dicht (maybe later), pak mijn snorkel en ga zwemmen, daarna laat ik een cocktail shaken.

Welnu. De kerst is voorbij, het jaar is voorbij en de reis is voorbij. 2017 KICK MY ASS!

Leave a Reply