Eefjeschreefje over het zekeren voor het onzekere

Met het mes op de keel verplicht iedereen die ooit in Laos was mij om ‘The Gibbon Experience” te doen. ‘A-once-in-a-lifetime-experience’ they say.
Met een tuigje tussen m’n kruis, hang ik mijzelf ‘zeker’ aan een kabelbaantje. Daarna klik ik het katrol om mee te glijden aan dezelfde baan en test het stukje oude fietsband wat als rem zal fungeren. Ik trek aan beide lijntjes, bestudeert de platte knoop en kijk even naar beneden, naar mijn knieën. Het loopt dunnetjes door mijn broekspijpen, in zeven kleuren. Met een stalen gezicht neem ik een aanloop en laat mezelf vallen, ik roetsj een meter of 100 ver, waarna een wandeling van anderhalf uur wacht. Wie wil zipplinen, moet omhoog lopen, dus we lopen omhoog. M’n conditie lijkt alleen nog lekker in het zonnetje aan de andere kant van de rivier te liggen. Alsof ik dagelijks een pakje zware shag achterover trek, kom ik piepend bij het eerste rustpunt. Daarna gaat het gelukkig een stuk soepeler.

We arriveren bij de eerste echte zippline. Een meter of 450 in lengte. De binnenkant van mijn wangen klapperen tegen de oorlellen en m’n tong wappert tegen m’n oogleden. Ongelofelijk hard (ca. 75 km/u) raas ik langs de boomtoppen en vervolgens ook ver boven de boomtoppen. Alle kleuren groen passeren mijn beeld. Rechts de rivier en een dorpje, links oneindig veel bomen. Na een eerste adrenaline gilletje, adem ik pure zuurstof en vergeet waar ik moet kijken. “Vóór je Eefje, voor je, die boom dáár is het einde van deze kabel, remmen!” Het gaat nét goed. Overigens is dit de laatste keer dat ik moet opletten dat ik mezelf niet in spreidstand tegen de boom vouw. Alle volgende 15 ritten kom ik snelheid te kort waardoor deze bejaarde baviaan met handen en voeten ondersteboven moet worstelen om de overkant te halen.

Je kent het spelletje van vroeger vast nog wel; met eieren en een eetlepel. Dat ei moet heel de overkant van het parcours halen, maar tijdens het rennen en springen ligt het rauwe ei op de lepel die je uit je mond steekt. Tijdens deze tocht door de boomtoppen neemt gids ‘Egg-man’ de verantwoordelijkheid van het diner en ontbijt, 30 rauwe eieren moeten heel het eindpunt halen, in een plastic tasje in zijn hand. Een vak apart!

Na een paar uurtjes Tarzan uithangen in de jungle, lopen we tussen het bamboe gewas naar de laatste zippline welke ons naar de boomhut brengt. Een zwarte cobra schijnt voor de voeten van mijn teamgenoot terug de jungle in te schieten. Oh ja, we zijn in de jungle, daar leven geen tuinslangen, maar echt jongens. De ‘tlieeehouse’ (dat is Laotiaans voor treehouse) hangt op ruim 40 meter boven de grond in een volwassen metersdikke boom. De boomhut waar ik vroeger van droomde en er écht niet ging komen om uiteindelijk maar plankjes in een willekeurige boom te timmeren om op te kunnen zitten.
De andere gids heet ‘no-name’ en is de grote trukendoos van het gezelschap. Kaarttrucs domineren de avond. Iedere keer als we er weer met z’n 6-en in kukelen, krijg ik de slappe lach. Op een gegeven moment begint de slappe lach al op voorhand. Ik word irritant van kaarttrucs, heel irritant. Helemaal als ik 2 halve liters lauw bier in mijn Rotterdamse snater heb geslingerd. Als ik met mijn rechteroog in mijn linker broekzak kijk, is het tijd om een bezoekje aan de badkamer te brengen. De onderste verdieping biedt de entree naar het toilet en de douche. Met een uitzicht van ‘heb ik jou daar’ zak ik door mijn hurken om boven het hangtoilet nummer 1 te downloaden (je weet wel zo’n toilet langs de snelweg in Frankrijk waar je voeten ook onvrijwillig een warme douche krijgen..). Als ik bijna achterover kukel realiseer ik me dat dit waarschijnlijk het enige hangtoilet ter wereld is met een dergelijk uitzicht. Uitzicht, Eefje? Ja een toilet met uitzicht, want de boomhut heeft geen muren en gelukkig ook geen buren, althans dat hoop ik.

De zon gaat onder en de ‘Jungle Catering Express’ vliegt de boomhut binnen. De twee dames serveren beiden een roestvrijstalen flatgebouwtje van pannetjes, gevuld met heerlijk eten en hangen vervolgens de klamboes boven de matrasjes. Na de kaarttrucs en -spelletjes is het tijd om te gaan slapen. Op het moment dat ik me durf te wagen aan de klamme dekentjes – die naar mijn idee never in forever zijn gewassen – hoor ik de Indiër naast mij fluisteren dat ik weer uit m’n ‘tent’ moet komen. Hij ligt op zijn rug op het hout, hoofd buitenboord. Ik ga naast hem liggen. Engels is al vrijwel onverstaanbaar bij Indiërs en deze is ook nog eens verkouden. Ik denk dat hij me wil vertellen dat de sterrenhemel – die we kunnen zien onder het dak langs – het mooiste is wat hij ooit gezien heeft. Ik beaam het. Ooit zag ik dit eerder, maar dan zonder dak boven mijn hoofd. In Nepal kon ik toen ook de Melkweg uit de lucht krabbelen, zo dichtbij en helder stond de sterrenhemel. De andere Tarzans zijn inmiddels naast ons komen liggen, dus voor wie denkt dat hier een romance ontstond, heb ik slecht nieuws. Met zijn allen wijzen we elkaar de sterrenbeelden aan. Helaas heb ik zelf net zo weinig verstand van sterrenbeelden als dat ik heb van de manoeuvres die Max Verstappen maakte in Brazilië, dus ik luister en kijk zeer geconcentreerd.
Als we (eigenlijk nog niet) zijn uitgekeken vraagt Chris uit Nieuw Zeeland met onderbeet of ik hem wil instoppen. Hij heeft speciaal een eigen klamboe aangeschaft voor deze trekking en staat erop dat hij deze gebruikt. Ik sluit zijn tentje van gaas hermetisch af en kietel daarna zijn voetzolen om hem aan te geven dat de boomratten graag Gorgonzola lusten. Ik word vriendelijk verzocht om m’n gezwets over boomratten wil staken. Als ik zelf eenmaal terug ben in mijn feesttent, zijn alle lichten uit. Nog geen 10 tellen later hoor ik geritsel in de boomhut. De ratten op zoek naar eten. Ik vraag of Chris OK is, waarna hij antwoordt dat hij z’n ogen dichthoudt. Arme jongen.

De krekels en andere geluiden van de jungle brengen me moeiteloos in slaap. Een goede nachtrust in frisse lucht op onnatuurlijke hoogte in de natuur. Ik voel me weer een gezegend mens.
In het vervolg zet ik bij ieder ander met reisplannen in Laos ook het mes op de keel. Absoluut een ervaring uit duizenden. Een bijzondere start van mijn reis door Laos.

Eefjeschreefje later weer!

Leave a Reply