Zondagochtend. De tafel is gedekt, de geur van de door papa vers gebakken broodjes krult mijn neus binnen. Mijn eierdopje is gevuld met een eitje, hard-zacht gekookt. De ouwelui zitten in hockeykleding aan tafel, klaar om van start te gaan op de natte plaggen. Ja ze spelen op gras, want het zijn maar veteranen. Mijn zusje en ik hebben zaterdagmiddag al gespeeld, beiden gewonnen en doelpunten gescoord. Tijdens het diner gisteravond zijn de wedstrijden uitgebreid geanalyseerd. “Eefje, je moet meer naast de bal blijven lopen, dan sta je ook niet meer buitenspel.. Wanne, probeer eens náást de keeper te slaan, in de hoeken op de plank!..” Een kleine greep uit zijn bijna ‘Cruijffiaanse wijsheden’ anno 2001.

Tijdens het analyseren worden de sperzieboontjes diep gegeven, pushen we de patatjes breed en geeft papa een zuivere pass ketchup. De hockeyfamilie aan tafel.

Voordat we naar de club gaan, slaan we nog even een balletje op het hoge gras in de achtertuin. Want, “als je op hoog gras hard kunt slaan, lukt dat op kunstgras nog beter”. De tips en hoge ballen vliegen mij om de oren. Vervolgens springen we met zijn vieren op de fiets. De wedstrijd van Heren 1 staat ook op het punt van beginnen, we kijken aandachtig. In de rust klimmen we het veld op, doen ons bitje en de scheenbeschermers goed en kijken om ons heen. We constateren dat er voldoende publiek staat om op te vallen en doen ons uiterste best om elkaar koeltjes te dollen, kijken quasi nonchalant als de ander een bal volledig de verkeerde kant opslaat en lachen elkaar uit als die ene simpele bal niet wordt gestopt. Na de wedstrijd gooien we aan de bar onze commerciële vaardigheden ten strijde en onderhandelen voor een bekertje sinas en wat snoepjes. Op de weg terug naar huis fietsen we langs de Chinees, exact vóór Studio Sport zit de familie met het bord op schoot.

Mijn jeugd staat in het teken van het hockeyen. Ik haal er het beste en vooral het leukste uit, speel soms drie wedstrijden in één weekeinde, geef de kleinsten iedere week training, coach enthousiast meerdere jeugdteams, fluit tussendoor nog een wedstrijd, organiseer de jeugdfeesten en neem later plaats in de sponsorcommissie. Ik heb veel over voor de clubs waar ik speel, omdat het de meest vertrouwde omgeving is op mijn thuis na en de club veel voor mij overheeft. Het gezonde clubgevoel waarvan ik wens dat het op iedere hockeyclub de overhand blijft houden. Fijn hockeyweekeinde!

De column is geplaatst op pagina 37 in ‘Home of Hockey’, het glossy magazine van Hockeyclub Rotterdam, editie voorjaar 2016.

1 reactie op Pass me even de ketchup! (Column Hockeyclub Rotterdam)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *