Komende zondag is het zover. De tweede seizoenshelft van de Hoofdklasse gaat van start. In volle sprint raffelen de dames en heren het programma af richting de play-offs waarna de selectie linearecta, strak en gestroomlijnd de Oranje shirtjes en het vliegtuig induikt. Met een gouden missie reizen zij af naar Rio.

De competitie begint weer. Ik kijk ernaar uit. Op het fietsje naar HC Rotterdam, een plekje zoeken in het stadion, kijken naar hoe beide teams zich voorbereiden op de wedstrijd, de scheidsrechters zorgvuldig met hun wijsvingers de netten in het doel controleren en de zonneklep achter in de iets te strakke broek proppen. De muziek gaat aan, spelers komen uit de catacomben en lijnen zich op vanaf de middenstip.

Het Wilhelmus, oh nee geen Wilhelmus. De Internationals zijn in de war, net terug van een snuffelstage in Rio waar het Olympisch gevoel van de stad en het veld alvast mocht groeien. Nee, het is gewoon een schor fluitsignaal. De eerste aanmoedigingen van Heren F schallen door het stadion en hier en daar is wat gewauwel vanaf het veld te horen, niet te verstaan vanwege de bitjes.

Net voor rust krijg ik trek in een biertje en een broodje kroket, dat hoort bij de zondagmiddag, dat hoort bij hockey kijken. Met mijn dampende kroket bekijk ik het veld waar zich een wirwar van kinderen bevindt, zichzelf uitslovend, deed ik vroeger ook. Ik verbrand mijn verhemelte als de kinderen worden verzocht het veld te verlaten. We gaan verder.

Rotterdam miste focus in de eerste seizoenshelft, was nog geen eenheid, miste de flow van een geoliede machine, maar won wel van HGC. Rotterdam staat momenteel zesde, moet aan de bak in Den Haag tegen HGC. Nog even geen Rio, maar gewoon de zondagse competitie en het clubgevoel, op de fiets.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *