“Buuf wat ben je aan het doen” klinkt het zaterdagochtend in het trappenhuis. Het is de bovenbuurjongen. Hij kijkt mij met een schuin oog aan als ik driftig zit te peuteren met mijn schroevendraaier. “Ik repareer even mijn postvakje”, zeg ik stoer “die schiet nog weleens open bij grote hoeveelheden post” en ik geef hem een knipoog. Voordat hij wegloopt vraag ik hem snel of hij morgen ook post verwacht. Als hij nee schudt met zijn warrige krullenbos, plak ik een handgeschreven etiketje met mijn naam over zijn naambordje. Hupsakee, een extra postvakje kan dienstdoen als back-up, als de postbode het begrijpt..

Daar zit ik dan. Voor de gelegenheid heb ik mijn grote stoel bij het raam geplaatst, voetenbankje erbij. De spelletjes Tinder en Happn heb ik als vrijgezel al maanden uitgespeeld, geen levens meer, game-over – dus ik pak een boek. Met een cappuccino in mijn hand tuur ik in de verte de straat in, wachtend op de postbode die op nummer 27b zijn postzak komt legen. Een paar uur later schenk ik een glaasje rode wijn in. Als ik bij glaasje drie begin te gapen, bedenk ik mij ineens dat het best een lekkere zondag is zo… Zondag? Zondag!

Valentijnsdag op zondag, wie bedenkt dat?

En waarom bedenk ik mijzelf niet eerder dat ik zit te wachten tot ik een ons weeg? Het is nog net op tijd om mijzelf te trakteren op een bosje bloemen, want mijn narcissen van drie weken oud zien eruit alsof ze van crêpepapier zijn gemaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *