Ruim vijf weken geleden verliet ik Nederland, samen met mijn lieve Mr. Backpack, samen de sprong, de grote sprong in een nieuw avontuur. Een avontuur waarvan ik zeker wist dat we het zouden gaan maken, waarvan ik zeker wist dat het onvergetelijk en bijzonder zou gaan worden. Vol enthousiasme en met een glimlach van oor tot oor overtuigde ik eenieder dat alleen reizen niet betekent dat je alleen zult zijn. Sterker nog, praktisch gezien ben ik enkel op het toilet alleen geweest (op een enkele kakkerlak na dan) en heb ik oprecht moeite moeten doen om af en toe Eefje-tijd te kunnen nemen. 

Gedurende mijn reis heb ik prachtige en adembenemende plekken mogen ontdekken, bijzondere mensen mogen ontmoeten die samen voor onvergetelijke herinneringen zorgen. Vietnam en Cambodja zijn twee cadeautjes die ik koester, die niemand mij ooit nog afpakt. De bevolking, natuur, cultuur, verschillende gezichten en meer dan bijzondere glimlachen van de kinderen, allemaal stuk voor stuk ‘mental pictures’. Herinneringen die voor mij, alleen voor mij zijn, welke ik onmogelijk kan en wil beschrijven. Ik besef mij stukje bij beetje hoe dankbaar ik ben voor deze reis en hoe mijn verwachtingen ruimschoots zijn overtroffen.

Terug naar waar ik gebleven was na mijn laatste schrijven uit Ho Chi Minh City.

Cambodja open ik met een tropisch eiland uit de boekjes. Voorbeeldig witte stranden met kraakhelder blauw water staren mij vanaf de boot aan. Leah viert haar verjaardag en we trakteren elkaar op een nachtje logeren in een boomhut aan zee. De open boomhut zorgt voor een verkoelend onderkomen met een rustgevend geluid van de kabbelende golven. We besluiten dat dit ons paradijs is en handelen hiernaar; cocktailtje hier, dinertje daar, dagje relaxen op het parelwitte strand, zwemmen met zonsondergang en zorgen voor een eerste ‘tan’ van de huid. Op het eiland vind ik tijd voor mezelf. Met zonsopkomst keer ik mezelf terug en weet ik drie uur lang in de verte te staren en na te denken. Hemels! We genieten van zonsopkomst tot ver na zonsondergang en bedenken wat de reis ons nog verder gaat brengen.

Vervolgens staat in Cambodja mijn hart stil. Nu niet vanwege een adembenemend mooi eiland, maar vanwege het bezoek een van de 300 ‘killing fields’ en de S21 gevangenis in Phnom Pehn. De plek is gruwelijk. Ik maak kennis met de zwarte geschiedenis die het land, zoals bekend relatief recent nog, heeft doorstaan. Het regime van Pol Pot heeft het leven gekost van 2 á 3 miljoen Cambodjanen op een bevolking van 7 miljoen. Mijn hart staat stil op het moment dat er een confronterend verhaal wordt verteld, het verhaal van Youk die zijn familie vermoord ziet worden, het is zijn martelgang. Zelf weet hij te vluchten. Mijn gedachten dwalen af. Het toeval wil dat ik zes jaar geleden in Nepal een man uit Cambodja leerde kennen, woonachtig in Australië. Hij maakte destijds met zijn vriendin een rondreis door Azië en bezocht vlak voor onze ontmoeting zijn land van herkomst. Voor het eerst sinds zijn vluchten, zijn vluchten uit de oorlog. Hij vertelde mij dat hij samen met zijn broertje de moord van zijn familie onder ogen heeft moeten zien en zelf wonder boven wonder de kans zag te ontsnappen. Zijn naam; Youk. Je zult begrijpen dat ik ongelofelijk geraakt werd toen de verhalen uit de audiotour werden verteld door zijn naamgenoot. De klassieke muziek die, tussen de verhalen door, mijn wandeling begeleidde bezorgde mij kippenvel, kippenvel in de brandende zon bezorgde mij tranen, dikke tranen waarbij ik me voor enkele minuten afzonderde van de groep. Ik dacht tevergeefs na om deze gruwelijke, onmenselijke situatie te begrijpen. Het is me niet gelukt, begrip zal ik er nooit voor krijgen. Het motief van deze daden verdient geen begrip. Na de killing fields bezoeken we de gevangenis welke is gesitueerd in een school. Het schoolbord hangt in contrast tussen de cellenblokken en aan weerszijden van de klimrekken waar kinderen horen te spelen staan brute martelwerktuigen en galgen. Het prikkeldraad verraadt dat deze plek alles behalve kindvriendelijk was. Was de groep op de heenweg aan het zingen en grappen in de tuktuk, keerden we terug in een totaal verslagen toestand. We praten erover en kunnen elkaar godzijdank steunen.

Het is dus niet alleen rozengeur en maneschijn wat de klok slaat. Reizend van Noord naar Zuid Vietnam maak ik steeds verder kennis met de Indo-China oorlogen. De conflicten tussen het dictatoriaal van Ngo Dinh Diem in Zuid-Vietnam, de communistische guerrillabeweging Vietcong in het noorden en het anticommunisme van de Verenigde Staten hebben op brute wijze de geschiedenisboeken gevuld. De geschiedenis die Vietnam niet vergeten is, maar niet op de netvlies wil hebben. Het heeft Vietnam gevormd zoals het is en zij put er kracht uit. Cambodja is in zekere zin ook de oorlog goed te boven gekomen. Als je het mij vraagt, is het land zelfs te snel uit de toeristische startblokken geschoten. Overal betaal ik met dollars, alles kost ook minimaal één dollar en het authentieke land zal ik moeten ontdekken buiten de grote steden om. Hiervoor zal ik een ander moment terugkeren.

De toeristische overkill wordt extra duidelijk wanneer ik Ankor Wat bezoek. Een van de zeven wereldwonderen vink ik hiermee af en dit doe ik op woensdag niet als enige. De drukte is onmogelijk! Na de zonsopkomst besluit ik met Lucas ‘een rondje’ te fietsen langs de andere tempels van het complex. Achteraf blijkt dat we wellicht het aantal kilometers hadden moeten checken alvorens te vertrekken. In de bloedhitte werken we ons in het zweet op twee oude stadsbarrels. Ik constateer dat we geen andere fietsers aantreffen op een groot gedeelte van de route. Gelukkig hebben we de grootste lol, de grootste lol omdat een groep van twintig Japanners mij vriendelijk doch dringend verzoekt om plaats te nemen voor een foto shoot.

Vijf weken vliegen in gedachten aan mij voorbij. Afgelopen donderdag verlaat ik in mijn eentje het laatste groepje reismaatjes waar ik in verhouding het langste mee gereisd heb. (De onaangename keerzijde van reizen..) In mijn eentje naar de airport, het regent dat het giet. In tranen zit ik in de tuktuk, met mijn gestippelde poncho, alleen. Het zijn tranen van geluk en stiekem een beetje verdriet. Ik realiseer me dat de reis, mijn eigen unieke reis, erop zit.

Ik denk terug aan de aankomst in Bangkok, zonder Mr. Backpack die het nodig vond om in Amsterdam te blijven slapen. Ik sta direct op scherp. De hilarische fietstocht door de kleine, smalle straatjes van de metropool en mijn acclimatiseren in Azië.
Een glimlach verschijnt wanneer ik denk aan het warme welkom in hysterisch Hanoi, het uit de kluiten gewassen dorp wat faciliteert als perfect startpunt voor de trekking naar koel en groen Sapa. Sapa met haar adembenemend mooie bergen, bekleed met groener dan groene rijstterrassen, welke worden verbouwd door een kleurrijke bevolking. De trekking met een knotsgezellige groep mensen uit alle windstreken van de wereld, met bijzondere ontmoetingen in de bergdorpen, de modder tot in m’n onderbroek en Happy Water!
Halong Bay met de ontelbare – oh nee blijkbaar is er ooit een gek geweest die ze wel heeft geteld – uitgespuugde rotsen welke zorgen voor een uniek natuurverschijnsel. De nationale parken Ninh Binh en Phong Nha met een ongelofelijk gestoorde, energieke en inspirerende Spanjaard. Op de scooter stuiteren we door de omgeving, geven op straat Engelse les en zingen ons helemaal schor. Als de modder uit de grot van onze lichamen is geschrobd, neem ik afscheid van Manuel en ontmoet ik in Hue een gestoorde Amerikaanse en Duitser waar ik vervolgens niet meer vanaf kom, misschien trek ik gestoorde mensen aan…?
Op de motor verplaatsen we ons naar het verademende dorpje Hoi An, waar we een paar dagen vakantie opnemen tussen het harde werken door. Kleding wordt op maat gemaakt en het strand maakt het plaatje helemaal compleet.
De herinneringen uit het familie hostel in Dalat bezorgt me de slappe lach evenals de avonturen in Ho Chi Minh City. Nooit gedacht dat ik ooit met 14 anderen in een kamer zou slapen waar twee mensen ongegeneerd tekeer gaan in een stapelbed, het stond niet op mijn Bucket list, maar kan het wel aanvinken. Met een bus waarin je ‘nog niet misschien’ je vee zou vervoeren schieten we de grens over naar Cambodja. Cambodja ontdek ik in de zesde versnelling, waarna ik voor een dag terugkeer naar Bangkok.

Vijf weken vliegen in gedachten aan mij voorbij en de glimlach zal tot irriterend aan toe voorlopig op mijn gezicht zichtbaar zijn. Mijn verwachtingen zijn in alle opzichten overtroffen en ik kan niet stoppen met stralen. Ik ben mezelf ondanks de dolle pret een aantal keer flink tegengekomen, kon sommige emoties niet de baas blijven en ben veel over mezelf te weten gekomen. Nieuwe vrienden geven frisse ideeën waar ik een heleboel energie uit kan putten. Vijf weken zijn voorbij gevlogen en dienen als een énorme eye-opener. Ik ben trots dat ik het heb gedaan en het smaakt naar meer!

6 reacties op Samen ben je nooit alleen!

    • Bedankt Wendy! Schrijven helpt mij om alle indrukken te bewaren en gelukkig genieten anderen er inmiddels ook van. Tot snel! X Eefje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *