…Blijkt toch wel de belangrijkste check alvorens je gas geeft met gekruiste vingers, tenen en als je lenig genoeg bent ook je neusgaten tegen het stof. Inmiddels ben ik een professional in achterop stappen, want van zélf rijden heb ik geen kaas gegeten.

Op Cat Ba Island heb ik de eerste ontmoeting met de Zee. Het eiland is onderdeel van de Halong Bay eilandengroep bestaande uit ruim 2000 eilanden, zogenaamde monolieten. Volgens de mythe eigenlijk beter te definiëren als door een Chinese draak uitgespuugde rotsen uitgerust met groen, omgeven met witte strandjes en een sprankelend blauwe zee. OK het laatste is samen met de zon helaas afwezig vanwege een tyfoon die daags ervoor is langs geraasd, maar dit mag de pret niet drukken. Het aanzicht van dit natuurverschijnsel laat me continue verdwalen. Wellicht ben ik daarom wat minder enthousiast wanneer we mogen gaan kajakken; “beetje links, grotje rechts, door de lagune, grotje links..om de eilandjes heen en dan ben je weer hier!” Prachtig, zonder twijfel bijzonder prachtig! Vanwege het weer besluit ik afscheid te nemen van Tirza die sinds Hanoi m’n reismaatje is en een Frans meisje – die met haar centenbak inclusief bruistablet zeer gebrekkig Engels spreekt – en ik reis verder naar Ninh Binh met mijn Spaanse reisgenoot Manuel. We reizen met een locale bus, welke gerust acht uur de tijd neemt. Ik heb zelden zo hard gelachen in een bus. Opgevouwen op de achterbank, liggend op mijn backpack moet ik na een aantal uren concluderen dat mijn linker bil nog weinig leven bevat. Op het moment dat ik de bus vol acht, weet de conducteur nog een plekje te creëren, al is het op een plastic krukje van de Blokker. Al toeterend en slingerend banen we ons een weg door de Vietnamese binnenlanden.

Ninh Binh is het eerste dorpje dat zich perfect leent voor een scooter tocht. Het dorp op zichzelf is heel industrieel en niet de moeite waard om te stoppen, al is het alleen vanwege de begrafenisceremonie onder het balkon van ons hostel die twee dagen en nachten blijkt te duren. We lopen per ongeluk de partytent binnen waarvan we denken dat het een restaurant is. Als de aanwezigen onze aanstaren en beginnen te lachen, realiseren we ons dat we verkeerd zitten. Op een paar kilometer tuffen met de scooter treffen we echter een prachtig natuurverschijnsel aan. De tweelingbroer van de Chinese draak heeft zijn rotsen in het binnenland neergekwakt, tussen de rijstvelden en kabbelende binnenwatertjes in een tijdperk toen er nog geen mensen met gevlochten rieten hoedjes aan het werk waren. Heel de dag zingen we “highway to hell” en “hit the road Jack” terwijl de lokale kids ons high fives geven, zwaaien en lachen. Met een biertje zien we de zon achter de bergen verdwijnen. De omgeving is wederom adembenemend en had heel romantisch kunnen zijn…

De volgende toeter wordt getest in Phong Nha NP, wel bekend vanwege de grootste grot ter wereld. De grootste grot is beschermd en we besluiten de $3000 liever ergens anders te besteden. We arriveren in Paradise Cave welke al zó groot blijkt, dat ik mezelf nauwelijks een voorstelling kan maken van hoe groot die andere dan moet zijn. Ik weet niet waar ik moet kijken. De ontelbare stalagmieten en stalactieten staren elkaar ondersteboven aan en fonkelen in het schaarse licht. Binnenwatertjes zorgen nog eens voor kraakheldere spiegelbeelden van het natuurverschijnsel. Onderweg naar de volgende grot passeren we een billboard met een pornografische afbeelding. Interessant! In de Dark Cave begeven we ons na een half uur in dezelfde laag dikke modder als die van de foto en de als chocolade aanvoelende modder wikkelt zich als een warme deken om me heen, m’n bikini is niet meer zichtbaar. We lachen ons de ballen uit de broek wanneer we besluiten om met helm en al kopje onder te gaan, waardoor het lichtje ook wordt bedolven onder de modder, we recht uit de oorlog lijken te komen en de grot inderdaad aardedonker is. Het ploppende geluid wanneer ik m’n voeten optil, het continu uitglijden en plotseling wegzakken bezorgt ons buikpijn, hilarisch, hi-la-risch! Met de kajak varen we terug naar het beginpunt, waar m’n teamgenoten kromliggen van het lachen. Roeien met drie personen in een lekkende kajak blijkt lastiger dan gedacht en ik verafschuw de bijdehante deal van Manuel: “who finishes last, pays the beers…” Door het donker rijden we terug naar het dorp. Onderweg passeren we de meest creatieve voertuigen tot de nok toe gevuld met kippen, konijnen, varkens, eenden, waterleidingen of elektriciteitskabels. Na het diner genieten we met alle backpackers van de open avond en ik beloof mezelf officieel om gitaarlessen te gaan nemen voordat ik m’n volgende reis maak, zolang iemand anders erbij zingt.

Voordat we een dag later de bus naar Hue nemen, lopen we nog even van de gebaande paden het dorp uit door de lokale achterwijken. Hier ontstaan toch echt de leukste en vriendelijkste interacties. Een groepje meisjes trekt aan onze arm en vraagt ons te wachten, waarna ze met Engelse schriften terug komt. We geven op zaterdag een half uur Engelse les op straat aan een handvol zeer tevreden ogende scholieren. Hue bereiken we met een minibus aan het begin van de avond. De stad herbergt een oude citadel waarbinnen veel gevochten is in de oorlog. Van de 160 tempels en paleizen zijn er slechts 40 overeind gebleven welke in de eerste versnelling worden gereconstrueerd en gerestaureerd. In Hue neem ik helaas afscheid van Manuel, maar een Duitser en Amerikaanse komen vrijwel direct voor hem in de plaats als nieuw reisgezelschap. Met Leah test ik de tot zover laatste toeters, maar dit keer springen we beiden achterop bij onze ‘Easy Riders’ welke ons veilig op de motor naar Hoi An brengen. Tobi rijdt een dag later in zijn eentje achter ons aan. We delen onder het genot van een biertje onze ervaringen van de tocht langs de kust, over smalle wegen tussen vissersdorpjes en lagunes, langs de dorpjes die een tragische historie kennen. Deze historie is goed zichtbaar als we het ene dorpje verlaten en ontdekken dat er tot en met het volgende dorp kleine tempeltjes aaneengeschakeld langs de weg staan. Het zijn graven van de dorpsbewoners die ondanks de waarschuwingen voor bombardementen weigerden hun dorp te verlaten en omkomen. Het gebied strekt zich uit over een afstand van zeker 150 kilometer waarna we de Marble Mountains passeren en in een waterval kunnen zwemmen. De bergpas biedt ons een ononderbroken uitzicht over de kustlijn die zich aan beide kanten uitstrekt en laat tekenen door bergen met groener dan groene bomen en witte stranden… Inmiddels zing ik “highway to heaven!”

Hoi An is de bestemming waar we besluiten een aantal dagen vakantie op te nemen. Het bussen, scooteren, bezoeken van alle bezienswaardigheden en de biertjes om alles te verwerken, hakken er aardig in. Het dorpje staat bekend om haar boutiques voor maatwerk kleding. Ik kom net van het strand af en moet gaan rennen naar Evie – mijn tailor – om voor de derde keer mijn kleding door te passen…wat een waardeloze reis is dit!

Eefjeschreefjelaterweer! Doei!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *